Lilian

zaterdag, juni 12, 2010

Wiegelied

Dit dan is wat wij lieten, buiten
het groen, in een verder suffig bed
het jaar waarin de struiken beefden
de vogels op het koude gras bevielen
wij in wezen gelukkig leken

we hielden vast aan de lente
die welwillend komen zou, de nachten
in de dagen kleurden van de bleek
we dronken wat, sliepen wat en groeiden
de bomen stonden stil bij maart

vrijdag, mei 28, 2010



Ik heb van u gedroomd vandaag
terwijl ik aan uw voeten lag
maar nu de nacht is aangebroken
ligt er aan de weke plek
een schaamteloos verlangen
naar zomaar woorden in mijn bed
woorden, die mij
in mij alleen gelaten
tussen u en nooit meer later
laten lachen om verandering

Forse vraagtekens tooien kaft

De leugen regeert.
Stel voor om dit soort uitdijende gedachtenblurb te verlaten,
het op te slaan in het systeem van FriedOmlep.
De stem van het volk heeft óók een platform,
dat moet iemand die de waag van oudewater zó goed kent toch zeker
beseffen, heksenlijk of niet.

Nadat het objectief meetbaar (gewicht) werd vastgesteld
is ze trouwens om zeep gebracht.

Maar dan die garnaal -
ofhoeheetdieuitmicrosoftgegooidesukkelookmaarweer?
Dat is een slagvaardige vis die casuïstisch best

een - opmerkelijk maar eigenlijk duf - deukje in een pakje boter slaat.
Hij heeft een second life.
De massa wordt alleen maar dommer
uitgeleverd aan brand en bier.

Zeg stra-x- niet dat ik het niet voorspeld heb.

Het gaat allemaal over brood en spelen - over het plebs -
De oprukkende doos turft prozac in een bouwval,
maar de economie groeit weer en (zeggen we nu)
Nederland is niet alleen maar een aftrekpost.

De groei zit hem op en onder het soap-niveau
van een bold en een beautiful.
"Daaaaaaaaaaaaaaaaag kenniseconomie".
Een kreet die ik momfert-de-mol nog zó hoor roepen en
ús bea (=frysk) - een juffrouw ooievaar - is hiervan de schutspatroon.

Het is goed
dat De Heer ons behoedt voor de "kracht" van het referendom.

Dus een welgemeend vaarwel HOL-land.
Donder op, gij steenkolen en geiten.
Hautaine schapen:
lust je niet.
Spaar je niet.

dinsdag, mei 11, 2010

Phoenix

Het toch al kleinzerig land neigt bruin
van de modder naar de homp op het veld.

Het schrille wit ligt ver uit het zicht
verderop, rottend op de vuilnisbelt.

Met een blik op de brakke zomp, de zoom
van de Maas en de lichtgewicht suikerbiet.

Aan de ene kant dit, aan de andere kant jij.

Geen sinecure dit vervreemdend stapsgewijs
uitzien naar alles is geweest en bijna voorbij.

zondag, januari 03, 2010

Sluimertijd

Hoe zacht ze lacht met één vinger in de lucht
een gebutste appel pakt, de grond betast,
een bevende steen, eet in vogelvlucht
haar werkelijkheid niet groter dan het licht
dat binnenvalt in een witwasbiecht.

Verdwenen is het kind dat traag de boeken sloot
in een wirwar van seizoenen, de letterfee die
in haar halfslaap wankel op de schreden
veerde, keerde, een veldslag voor mij verzon
die ik met roffelende stem zou winnen.

zaterdag, december 19, 2009

Obstakels

Ik drijf waarheen geen hand mij gadeslaat
zal wederkeren naar de stille stee
angstvallig mijden een te groot entree
of u en iets dat anderszins mij schaadt

van water heb ik mij een baar gemaakt
geslapen in een uitgebeende zee
het land gelaten dat in laatste wee
tot kaken in het eigen bloeden staat

waar woeste hoogten tot mijn navel reiken
ontwaken woorden uit een winterslaap
ik zal van wat ik dichten wil niet wijken

ofschoon er wolven zijn een enkel schaap
de groene grassen rond de stenen eiken
verlangen niet dat ik de zolen schraap

maandag, december 14, 2009

Olga

kon ik toveren
ik ruilde mijn hond
voor een stief kwartier

gaf de bomen een hand
de grachten een zoen
legde mij te rusten
in een poepig plantsoen

nergens immers ligt het gaan
van mijn gedachten zo stevig
dat een vorm niet past

Bobeldijk

Ik ben nu eenmaal geen Herman
geen brood of Bobeldijk

gisteren nog zat ik in Berlijn
in een oude chocoladefabriek
relativeerde die Deutsche Gründlichkeit
en zocht de Gräfenberg-plek

ik heb hem niet gevonden

wat heb ik toch
wat heb ik nog

behalve kronkels in mijn kop
moeheid in mijn lijf
en drie kwartier aan kleingeld

Paard

We aaiden een paard, bereden een paard
bouwden hindernissen tot in de hemel

binnenteugel van de hand
buitenteugel tegen de hand
binnenvoet op de singel
buitenvoet achter de singel

ik weet dat ik een gedicht zou schrijven
maar wat is er nou mooier
dan het ophalen van herinneringen

deze met een of twee lezers te delen
nu het met het paard niet meer kan

Luctor et Emergo

Het einde ligt in een dorp verderop
daar weet men alles van opnieuw beginnen

zwijgen en werken
zo gaat dat, daar

tussen de mensen zonder vaderland
krioelt het van de tranen